Blog

  • Je kan me ook vinden op Facebook, Twitter, Pintrest en LinkedIn

ADHD/ADD, broers en zusjes: Hoe verdeel je je aandacht eerlijk met je niet-ADHD/ADD-kids?

Date: november 30, 2010 Author: Lonny Categories: Blog, Gratis

iStock_000015134177XSmallTussen 2 vuren…

Als ouder van een ADHD/ADD-kind besteedt je waarschijnlijk een aanzienlijk stuk van de dag met het leven bekijken door de bril van je ADHD/ADD-kind. Maar stel je je ook weleens voor hoe het is voor je kinderen die geen ADHD/ADD hebben? Hoeveel tijd besteed je aan hun behoeften en vragen? Waarschijnlijk niet zo veel als zou moeten.

Je grootste doel als ouder is je kinderen gezond en gelukkig op te laten groeien en zich optimaal te laten ontplooien binnen hun eigen unieke mogelijkheden. Eigenlijk is het heel simpel: je wilt het beste voor je kinderen. Allemaal even veel aandacht en zorgen dat ze allemaal dezelfde kansen krijgen. Maar je komt er niet onderuit dat een kind wat impulsief, snel afgeleid of hyperactief is meer tijd en energie van je vraagt dan de anderen. De valkuil dat je de anderen te kort te doen ligt op de loer, ondanks dat ze je even veel nodig hebben. Of misschien zelfs meer: een broertje of zusje ‘met pit’ kan vervelende gevoelens te weeg brengen: ergernis, (plaatsvervangende) schaamte en soms zelfs angst.

Hoe zorg je er voor dat ieder kind de aandacht krijgt die het verdient, zonder dat de anderen zich genegeerd of buitengesloten voelen? Luister naar wat je niet-ADHD/ADD-kinderen je vertellen…

Hieronder lees je veelvoorkomende moeilijkheden van kinderen die een broertje of zusje met ADHD/ADD hebben – en de geschikte manier om er als ouder op te reageren.

‘Zij krijgt alle aandacht…’

Het beklag wat met stip op 1 staat is toch wel dat een broertje of zusje zóveel aandacht vraagt van de ouders dat er voor hen niet veel meer overschiet. Als ouder kan je de indruk hebben dat je niet-ADHD/ADD-kind het allemaal wel oké vind. Laat je niet voor de gek houden: de signalen dat je kind zich over het hoofd gezien voelt kunnen subtiel zijn, al is er meestal altijd wel iets wat je op kan pikken.

Sommige kinderen zullen rechtstreeks en zonder omhaal hun beklag doen bij hun ouders: ‘Jullie zijn altijd met hem bezig’. Anderen zullen zich terugtrekken en zich jaloers of verontwaardigd voelen. Weer andere kinderen zullen negatief of opvallend gedrag vertonen om de aandacht naar zich toe trekken.

Dat is wat er gebeurde bij de familie Janssen*. Vlak nadat haar 9-jarige broer, Vincent*, aan gedragstherapie voor zijn ADHD begon, vertoonde de 7-jarige Anna*, die geen ADHD heeft, opeens driftbuien en gedrag wat Vincent eerder ook vertoonde. ‘Ze was verdrietig en vertelde hoe stom het was om een broer met ADHD te hebben, omdat die alle aandacht kreeg’, vertelt moeder Anouk*. ‘We hebben toen voor Anna ook een afspraak gemaakt bij de jeugdpsychologe. Na een paar afspraken keerde de rust terug in ons gezin. Doordat Anna ook naar Vincent’s ‘speciale juf’ ging, voelde zij zich ook speciaal.’

De eerste stap om het verschil weer gelijk te trekken is de gevoelens van je niet-ADHD/ADD-kind te zien en benoemen. Alleen al weten dat je zíet hoe het voor je niet-ADHD/ADD-kind is en je er iets aan wilt doen kan je kind al helpen. Elke dag met elk kind even apart tijd doorbrengen is dan ook erg belangrijk.

Die extra aandacht voor Jenni* is zeker iets wat hielp voor de familie de Bruin. ‘Elke zaterdagochtend ga ik boodschappen doen en om beurten gaat één van de meiden mee’, vertelt Diana de Bruin*. We doen de boodschappen en gaan daarna een broodje eten in de stad en kletsen gezellig wat. Echt exclusieve aandacht. Jenni gedraagt zich altijd voorbeeldig als het gewoon wij-tweetjes is.

‘Ik vind het zo zielig voor hem…’

Een broertje of zusje wat meer aandacht krijgt zorg niet altijd voor jaloerse gevoelens. Soms geeft het schuldgevoelens of medelijden. Al zal ze het nooit toegeven, ze is gek op haar broertje. En als ze dan afkeuring hoort, voelt ze zich schuldig – zeker als ze zichzelf als de lieveling van haar ouders ziet.

Waak er voor dat je niet in een kringetje beland waar in steeds afkeurt wat het ene kind doet en bejubelt wat het andere doet. Wat ouders nooit mogen zeggen is ‘waarom ben je niet zoals je broer of je zus?’. Opmerkingen zoals deze kunnen een kind echt buitensluiten.

Tussen twee vuren… (deel 2)

Maar wat dan, hoe pak je het dan aan? Richt je op wat wel goed gaat in plaats van wat niet goed gaat, is mijn advies. Als je constant tegen je kind vertelt wat het niet moet doen, mis je de kans om te zeggen wat hij juist wel moet doen. In plaats van te zeggen ‘Roep niet zo, ik schaam me dood’, zeg je, ‘Zachtjes praten – we zijn in de bieb en daar moeten we stilletjes zijn.’

Probeer of je niet-ADHD/ADD-kind met deze aanpak kan helpen en op die manier de interactie wat kan helpen stroomlijnen. Als mijn niet-ADHD/ADD-dochter ziet dat haar broertje wat gefrustreerd geraakt omdat niemand komt vragen mee rondjes te gaan fietsen in de straat – en ze niet graag wil dat hij over zijn toeren raakt – helpt ze hem door voor te stellen dat hij ook zelf rustig naar de kinderen toe kan gaan en dan zelf kan vragen of hij mee mag doen.

‘Ik schaam me altijd dood voor haar…’

Het lijkt wel of het altijd gebeurd in een drukke winkel, als jullie op bezoek zijn of heerlijk uit eten gaan in een leuk restaurant. Net als je graag wilt dat je ADHD/ADD-kind zich goed gedraagt gaat het mis… Een scène in het openbaar is al gênant genoeg voor jullie als ouders, ook voor een broer of zus kan plaatsvervangende schaamte voelen voor zijn of haar ADHD/ADD-broer of –zus. Een niet-ADHD/ADD-kind mist de volwassen inzichten in zo’n bui waarin alles juist mis lijkt te gaan.

Als je ADHD/ADD-kind de oudste is, kan je jongere kind er gevoelig op reageren en ook protesteren. Van de andere kant als je ADHD/ADD-kind jonger is kan je oudste hem ook standjes gaan geven en voor vader of moeder willen spelen.

Als je uit de buurt blijft van situaties die ongepast gedrag bij je ADHD/ADD-kind uitlokken, kan je de gênante voorvallen voorkomen. Dat wil niet zeggen dat je bijvoorbeeld nooit meer uit eten kan gaan, maar je gaat het dan opbouwen. Je begint in een restaurant waar snel geserveerd wordt zodat jullie niet te lang hoeven blijven zitten. Oefenen hoe het hoort is erg belangrijk, maar dat hoeft natuurlijk niet meteen op ‘topniveau’. Het helpt juist om te oefenen op moment dat er niet zoveel druk op de kinderen ligt, zoals in een fastfoodrestaurant in plaats van een chic restaurant.

Als de broer of zus van je ADHD/ADD-kind zich schaamt voor het gedrag, moedig ze dan aan om er over te praten met jou apart. Zorg dat hij of zij zich niet bezwaard voelt om beschaamd te zijn. Je zou iets kunnen zeggen als ‘Soms schaam ik me ook. Maar als dat gebeurt denk ik ook aan hoe grappig hij kan zijn en dan voel ik me alweer een stuk beter.’

Het is ook goed om je kind aan te moedigen om bij vriendjes en vriendinnetjes voor zijn of haar ADHD/ADD-broer of –zus op te komen. Bijvoorbeeld door de nadruk op zijn kanten te leggen in plaats van de zwakke. Ze kan zeggen ‘Ja, Danny doet soms wel stomme dingen, maar wist je dat hij het hardste kan fietsen van de hele straat?’

En wat ook kan helpen is om samen met je kind een oplossing te bedenken waardoor zijn ADHD/ADD-broer of –zus het beter kan doen. Daardoor krijgt je kind het gevoel dat hij meetelt en kinderen kunnen soms verrassend goede ideeën hebben!

‘Hij moet mij altijd hebben…’

Alle kinderen vinden hun broertje of zusje soms vervelend. Maar ADHD/ADD-kinds zijn sneller geïrriteerd dat andere kinderen – en schieten daardoor ook verbaal of lichamelijk sneller eens uit.

‘Onze 10-jarige zoon, Daan*, die ADD heeft en impulsief is, heeft het altijd voorzien op zijn 6-jarige broertje, Jens*,’ zegt Carla Ernst*. ‘Als ze samen voetballen en Jens staat voor, zal Daan hard op hem in lopen en hem laten vallen. En pas geleden, toen Jens Daan niet op de computer wilde laten meespelen, boog Daan de vinger van Jens zover om dat ik dacht dat hij gebroken was. Ik weet wel dat alle kinderen mot met elkaar hebben, maar Daan is zo licht ontvlambaar dat het snel uit de hand kan lopen. Ik maak me echt zorgen over hoe het later zal zijn als ze allebei wat ouder zijn.’

Tussen 2 vuren… (deel 3)

Wat kan je als ouder doen? Consequent zijn is erg belangrijk: kinderen gedragen zich beter als papa en mama de lijnen uit zetten van hoe je je moet gedragen én ook de gevolgen als je dat niet doet duidelijk maken. En deze dan consequent nakomen. Dat vraagt ook veel discipline van jou als ouder, maar het werkt zeker. ‘Daan weet dat als hij zijn broertje slaat hij voor een uur naar zijn kamer moet’, zegt Carla. ‘Als we deze afspraak met hem naleven, weten we dat het geklier klaar is voor de rest van de avond. Hij gedraagt zich altijd prima als hij weer van zijn kamer komt.’

Als jouw kinderen elkaar in de haren vliegen op bepaalde momenten van de dag – net voor het avond eten of als ze huiswerk moeten maken – overweeg dan om ze van elkaar af te zonderen op die momenten. Natuurlijk kan therapie of medicatie je ADHD/ADD-kind ook helpen de impulsiviteit die de strijdlustigheid voedt in te perken.

‘Ik moet hier altijd alles doen…’

Als er klusjes in of om het huis gedaan moeten worden, zul je wellicht eerst op je niet-ADHD/ADD-kind een beroep doen en dat is niet gek. Je weet dat die het snel oppakt, in tegenstelling tot je ADHD/ADD-kind, die je het -tig keer zult moeten vragen eer hij/zij helpt. Het ene kind moet vaak de honneurs waarnemen omdat ouders vaak de tijd of energie niet hebben om op het gedrag van het andere kind in te gaan.

Na verloop van tijd zal je niet-ADHD/ADD-kind het beginnen tegen te staan dat hij/zij meer dan de ander moet doen. Dit kan voor moeilijke verstandhoudingen binnen het gezin zorgen.

Om alles gesmeerd te laten verlopen, moet ieder zijn deel doen. Een goede manier hiervoor is om op je koelkast een lijst met klusjes die gedaan moeten worden te hangen en erbij te schrijven wie het moet doen en wanneer het af moet zijn.

‘Mijn jongste, Joris, heeft ADD. Toe hij en zijn zus opgroeiden, deed zij meer klusjes dan hem,’ zegt Debbie Mulder. ‘Wat hielp was om alle stappen, die gedaan moesten worden om Joris’ klusjes af te krijgen, op te schrijven. Bijvoorbeeld: toen de kinderen pubers werden wilde ik dat ze hun eigen was gingen doen. Voor Joris schreef ik op hoe hij witte en bonte was moest sorteren, hoeveel wasmiddel hij moest gebruiken en hoe hij de wasmachine op het juiste programma zette. Met deze informatie voor zijn neus was het een stuk makkelijker voor hem.’

In sommige gevallen worden broers/zussen van ADHD/ADD-ers perfectionisten. Kinderen die een broer/zus hebben die veel aandacht vraagt vervallen vaak in een patroon van perfectionisme, juist omdat hun broer/zus voor zoveel onrust in het gezin zorgt. Ze moeten hun eigen behoeften opzij zetten om te zorgen dat hun vader en moeder niet nog meer spanning hebben. Ze willen de stress van hun ouders verminderen door zelf dan maar perfecte kinderen te zijn. Daarmee bezorgen ze zich zelf natuurlijk veel stress. Ouders kunnen onbedoeld dit gedrag aanwakkeren door te streng te reageren als hun niet ADHD/ADD-kind zich misdraagt door dingen te zeggen als, ‘Ik ben al de héle dag bezig met je broer. Ik kan dat van jou er echt niet bij hebben.’

Om zulke neigingen tot perfectionisme in bedwang te houden moet je je twee keer bedenken voor je één van je kinderen bekritiseert. Tegen elke keer mopperen zou je minstens 3 keer een compliment moeten zetten.

Zorg er voor dat al je kinderen hun eigen gelegenheid hebben om te ontspannen en ook veel mogelijkheden hebben om met vrienden samen te zijn. Dat kan een grote uitlaatklep voor hen zijn.
Verwacht niet te veel van je niet-ADHD/ADD-kind en niet te weinig van je ADHD/ADD-kind.

*op verzoek van de familie een gefingeerde naam.

Deel dit via:

Tags: , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,