Dominantiematrix

  • Je kan me ook vinden op Facebook, Twitter, Pinterest en LinkedIn

Dominantiematrix

iStock_000072378403_Medium-2Hoe leert je kind het best en waarom juist zo? Wat als er stress in het spel is en leren niet lukt? Wat is de handigste plek voor je kind in de klas? Daar kom je achter als je weet wat het dominantieprofiel van je kind is. Dit doen bepaal ik met de Dominantiematrix, ontwikkeld door Will Missot van het CNLS.

Hersenhelften
Je linker- en rechterhersenhelft werken samen. Wel heb je een voorkeur voor links- of rechtsgericht en ontwikkel je je navenant. Je linker- of rechterhersenhelft is dus dominant.
Zo zorgt de dominantie van een linkerhersenhelft dat iemand het liefst van links naar rechts werkt. Dat past dus precies bij de manier waarop we leren lezen, schrijven en rekenen. Ook je talige kant en het logisch redeneren ontwikkelt zich dan goed. Overzicht hebben is soms wel lastiger, je zit vaker vast in details.

Heeft de rechterhersenhelft bij jou de overhand, dan werk je eigenlijk het liefst van rechts naar links. Andersom, zeg maar. Daardoor kan je letters en cijfers spiegelen of woorden husselen. Of de +sommen gaan makkelijk, maar – sommen zijn een stuk lastiger. Of klokkijken en rekenen kosten veel moeite,  omdat je letterlijk anders tegen de cijfers en getallen aankijkt en tijdsbesef zich moeizaam ontwikkelt. Ruimtelijke begrippen als links-rechts, boven-onder, voor-achter en meer-minder zijn dan verwarrend.  Dit alles kan uitdagingen op reken- en taalgebied geven.

Dominantie in het hele lichaam
Dominantie beperkt zich echter niet alleen tot de hersenhelften! Er is ook nog de oog-, hand-, voet- én oordominantie. Dan zijn er opeens een heleboel verschillende combinatie natuurlijk mogelijk: 16 rechterhersenhelft combinaties en 16 linkerhersenhelft combinaties

De dominantie van je linker- of rechteroog, -hand, -oor en -voet bepalen hoe je met visuele en auditieve informatie omgaat. Je leert door kijken, luisteren, bewegen, doen of juist praten. Daarnaast is het ook van invloed of je in  een stille omgeving bent, juist met anderen of een combinatie daarvan. Ook je plaats in de ruimte/klas, vooraan of achteraan, links of rechts, is een belangrijke factor.

Elk van de 32 combinaties zorgt voor een ander functioneringsprofiel. Dit is per profiel gekoppeld aan een manier van leren en functioneren. Iemand die linksogig, rechtshandig, rechtsvoetig, linksorig en dominant in de linkerhersenhelft is, functioneert echt heel anders dan iemand met hetzelfde dominantiepatroon, maar dan gekoppeld aan de dominantie rechterhersenhelft. Een kleine verandering in zo’n  dominantieprofiel geeft al een heel ander profiel. En dat kan dan ook grote gevolgen hebben voor de concentratie, gedrag in de klas, de manier van leren en interesses.

Na het bepalen van het dominantieprofiel maak ik een behandelplan afgestemd op je kind. Dit bevat allerlei adviezen met betrekking tot de beste plek in de klas, de meest optimale leerstijl en begeleiding.

  • Waarom luistert mijn kind niet?
  • Waarom moet mijn kind altijd er doorheen praten?
  • Waarom kan mijn kind niet stil zitten als er iets verteld wordt?
  • Waarom slaat mijn kind vaak letters en soms zelfs zinnen over?
  • Waarom wil mijn kind altijd ergens aan zitten met de handen?
  • Waarom spiegelt mijn kind cijfers en letters?
  • Waarom lukt het klokkijken maar niet?
  • Waarom blijft mijn kind spellend lezen?
  • Waarom let mijn kind op school niet op, maar thuis wel?
LinkedInPinterestShare