Visuele screening...

  • Je kan me ook vinden op Facebook, Twitter, Pinterest en LinkedIn

Visuele screening en training

Dicht op het schrift

Als een kind ergens naar kijkt, dan moeten allebei de ogen naar hetzelfde punt kijken. Als dit niet goed gebeurt, fixeer je (kijken) disparaat (niet goed). De beelden van beide ogen kunnen op die manier niet goed samengevoegd worden in de hersenen en het zien wordt onduidelijk. Kinderen hebben dan last van wazig zicht of gedragen zich onrustig. Dat is te begrijpen, als je steeds bewegende beelden ziet ga je vanzelf meebewegen om het beeld rustig te krijgen.Veel kinderen met lees-, schrijf- en leerproblemen hebben moeite met de visuele informatieopname en/of verwerking. Dat er een link ligt tussen deze twee weten veel ouders en leerkrachten niet. Dikwijls zijn de ogen al een keer getest,  zonder dat er iets afwijkends is ontdekt. Bij een standaardoogmeting wordt namelijk  onderzocht of de ogen gezond zijn en of de gezichtsscherpte voor veraf in orde is. Natuurlijk is zo’n oogonderzoek belangrijk. Maar minstens zo belangrijk is ook het onderzoek naar de kwaliteit van de samenwerking van de ogen en verwerking van de visuele informatie.

Op het plaatje hier onder zie je wat er gebeurt als je de ogen niet goed samenwerken. Het rechteroog (blauw) en het linkeroog (geel) vormen in de ideale situatie het rode beeld. Werken de ogen niet goed samen, dan gebeurt er wat je op het onderste plaatje ziet: in het midden is het ‘scherp’, maar de randen zijn wazig of bewegen zelfs!

FD plaatje

Dit is wat er dan tijdens het lezen van een tekst kan gebeuren (zonder dat de persoon dit beseft):

fd-1

Als de groei van de visuele vaardigheden bij kleuters achterblijft, kan je dit herkennen aan:

  • Concentratieproblemen
  • Uitgeblust uit school komen
  • Snel gefrustreerd zijn bij motorische activiteiten
  • Een slechte ontwikkeling van de grove en fijne motoriek
  • Angst voor klimmen, springen en ballen
  • Onrustig en druk zijn

Vanaf groep 3 zie je dan vaak de volgende problemen:

  • Fysieke onrust (voornamelijk tijdens het lezen en schrijven)
  • Aan het einde van een oefening slordiger schrijven en onlogische fouten maken
  • Te korte werkafstand (met de neus in het boek zitten, zie de foto)
  • Leesproblemen (ook onnodig lang bijwijzen)
  • Hoofdpijn
  • Branderige ogen
  • Wrijven in de ogen
  • Druk of juist dromerig zijn

Visuele disfuncties zie je ook terug bij middelbare scholieren, zonder dat dit wordt opgemerkt. Zeker de meer dan gemiddeld intelligente leerlingen kunnen, door het bedenken van ezelsbruggetjes, hun visuele zwakheid tot zelfs in de bovenbouw verborgen houden voor de buitenwacht. Zo gebeurt het dat kinderen in de brugklas en 2e klas vreemde talen auditief  (op het gehoor) aanleren. Ze vallen door de mand als ze zelfstandig moeten gaan werken. Dan heb je je visuele vaardigheden nodig en kunnen deze leerlingen het niet meer auditief compenseren.

Welke signalen geven zij af:

  • Slordig en haast onleesbaar handschrift
  • Concentratiegebrek
  • Vage klachten zoals bijvoorbeeld hoofdpijn en wazig zien
  • Leesproblemen
  • Verminderde grove en fijne motoriek
  • Snel vermoeid zijn
  • Onrust, niet stil kunnen zitten

Leerkrachten en docenten lichamelijke oefening, talen en wiskunde kunnen de kenmerken vroegtijdig opmerken.

We zien bij de gym:

  • Bang voor de bal zijn
  • Onhandigheid zoals botsen
  • Hoogte-, en dieptevrees

We zien bij talen:

  • Slordig, onleesbaar of houterig handschrift, wat bij langer schrijven steeds onduidelijker wordt
  • Bij schrijven zweven boven de lijnen
  • Leessnelheid blijft achter
  • Problemen met tekstbegrip
  • Spellingsproblemen.
  • Moeiteloos langere ingewikkelde woorden schrijven en lezen, maar juist kleinere woorden (b.v. voegwoorden) overslaan
  • Motivatieproblematiek
  • Zwakke concentratie

We zien bij wiskunde dat een kind bij de FO-kubustest in de problemen komt. Als deze leerlingen een driedimensionaal figuur op een tweedimensionaal vlak moeten tekenen, lukt dat niet. Dit zie je met name wanneer kinderen moeten tekenen op een blanco vel, om de steun van de ruitjes te weg te nemen. Leerlingen die het ruimtelijk zien niet goed hebben ontwikkeld van hun zesde tot hun twaalfde jaar zullen de kubus niet goed op een normale wijze over kunnen nemen. Bij de diepteribben gaat het bijvoorbeeld fout. De onzichtbare ribben van de kubus horen gestippeld te worden afgebeeld. Een lichaamsdiagonaal (een diagonaal die loopt van een hoekpunt op het voorvlak naar een hoekpunt op het achtervlak) kan zo’n test alleen maar lastiger maken.

Soms wordt er ten onrechte aan dyslexie gedacht, terwijl er in feite visuele problemen zijn. De verschijnselen lijken namelijk erg op elkaar. Zo kunnen kinderen kunnen onder andere veel moeite hebben om de ogen soepel een regel te laten volgen. Of  het is voor de ogen erg inspannend om maar niet dubbel te zien. Deze kinderen leren onvoldoende vertrouwen op visuele informatie en zijn snel afgeleid. Dat hindert het goed ontwikkelen van een visueel woordbeeld aanmerkelijk. Zulke visuele problemen zijn in de meeste gevallen goed op te lossen. Als er een vermoeden van dyslexie is is daarom een visuele screening aan te raden. Dikwijls kunnen door aangeboden oplossingen lees- en leerproblemen al aanmerkelijk verkleind worden.

Door middel van de bioptortest en de vragenlijst kan worden beoordeeld of de genoemde problemen echt een eventuele visuele oorzaak hebben.

Ik ben vanaf mei 2014 gecertificeerd screener en trainer. De bioptor is een hulpmiddel voor deze visuele screening en kan eventuele afwijkingen in het visuele systeem snel en eenvoudig aan het licht brengen. Als  er een verband is van klachten en afwijkende bioptorscores (aangetekend op specifieke scorekaarten) dan gaan we aan de slag met oogoefeningen. Bij grote afwijkingen verwijs ik door naar een  functioneel optometrist.

Kosten visuele training: Intake (met testen) €78,65, tussentijdse afspraken: €65,-(gemiddeld eens in de 4 à 6 weken)

LinkedInPinterestShare